Alle wet- en regelgeving voor de taxi

Overig

Arbeidsvoorwaarden

Bij het in dienst nemen van een werknemer krijgt een ondernemer/werkgever te maken met sociale wetgeving. Deze is trouwens ook van belang voor een werknemer. Onderstaand overzicht gaat in op de belangrijkste wet- en regelgeving. Voor een compleet overzicht van alle sociale zekerheidswetten, kijk ook eens hier.

De arbeidsovereenkomst
Werkgever en werknemer komen tot een individuele arbeidsovereenkomst, die zowel werkgever als werknemer ondertekenen. In deze arbeidsovereenkomst worden in ieder geval persoonlijke gegevens opgenomen, de functie, het aantal te werken uren, de hoogte van het loon en de duur van de arbeidsovereenkomst (bepaalde tijd/onbepaalde tijd). Er zijn diverse model-arbeidsovereenkomsten beschikbaar, die terug te vinden zijn via deze link.

Sommige taxiondernemingen hebben een eigen huishoudelijk reglement (ook wel bedrijfsreglement of bedrijfshandboek genoemd) waarin interne bedrijfsregelingen, huisregels en andere procedures terugkomen. In de arbeidsovereenkomst kan verwezen worden naar zo’n reglement.

Let er op dat er ook bepaalde verplichtingen vanuit de Belastingdienst zijn als je personeel aanneemt. Meer weten? Klik dan hier.

De collectieve arbeidsovereenkomst
De landelijke ondernemersvereniging Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV Zorgvervoer en taxi) heeft samen met vakbonden FNV en CNV een tweetal cao’s afgesloten: de CAO Taxivervoer en de CAO Sociaal Fonds Taxi.

Het Sociaal Fonds Taxi (SFT) is door KNV Taxi, FNV en CNV ingericht om toe te zien op naleving van de CAO door werkgevers. Het is een zogenaamde paritaire organisatie: 50% van de bestuursleden wordt benoemd door KNV Taxi, de andere 50% door de beide vakbonden FNV en CNV. SFT controleert elke taxiwerkgever periodiek. Ook geeft SFT een bedrijfsoordeel ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’ af na een controle. Als een werkgever zich niet houdt aan bepaalde CAO bepalingen, dan moet deze de tekortkomingen herstellen en in sommige gevallen daar bovenop nog 10% extra uitbetalen aan de betreffende werknemers. Overigens kan SFT ook op basis van signalen (van bijvoorbeeld werknemers) besluiten een bepaalde werkgever (extra) te controleren op naleving van de CAO.

De taken en bevoegdheden van SFT komen terug in de CAO SFT. Ook komt in deze tekst terug hoe een ondernemer bezwaar kan maken als deze het met een oordeel van SFT niet eens is. Verder is de regeling overgang vervoerscontract – overgang personeel (ook wel OPOV genoemd) onderdeel van deze CAO. Vervoerscontracten blijven namelijk niet altijd bij dezelfde vervoerder. Door een aanbesteding kan een vervoerscontract in handen komen van een ander taxibedrijf. Voor zo’n situatie is de OPOV regeling ontwikkeld. Indien er na een aanbesteding waarop OPOV van toepassing was, bijv. van onderaannemer wordt gewisseld, bestaat er de regeling OPBC. En als een vervoerder failliet gaat, waarna een andere vervoerder het werk van een bepaalde vervoerscontract overneemt geldt er de regeling RBF. Voor meer informatie over deze regelingen: hier klikken.

De CAO Taxivervoer vervangt de individuele arbeidsovereenkomst niet, maar regelt wel een aantal minimum bepalingen waar werkgever en werknemer zich aan moeten houden. Je kunt dus in de individuele arbeidsovereenkomst hier niet onder gaan zitten. Vaak wordt in de individuele arbeidsovereenkomst verwezen naar de CAO. Klik hier voor een samenvatting van de belangrijkste bepalingen uit de CAO Taxivervoer.

Overige relevante sociale wetgeving
Hieronder vind je een overzicht met andere voor de taxibranche belangrijke sociale wetgeving. Per onderwerp kun je doorklikken voor meer informatie.

  • Wet Werk en Zekerheid (WWZ), meer weten ? Klik hier.
  • Wet Compensatie transitievergoeding, meer weten ? Klik hier.
  • Arbowetgeving, meer weten ? Klik hier.
  • Zieke werknemers, meer weten ? Klik hier.
  • Ongevallenverzekering werknemers, meer weten ? Klik hier.
  • Klokkenluidersregeling en aanpak schijnconstructies, meer weten ? Klik hier.
  • Verlofregelingen, meer weten ? Klik hier.

Sociale partners hebben begin 2019 een digitaal boekje ‘Taxibranche en arbeidsrecht: weet hoe het werkt’ uitgebracht. Hierin komen veel onderwerpen over relevante sociale wetgeving aan bod. Meer weten ? Klik dan hier.

Taxivervoer naar Duitsland ? Denk dan ook even aan de sinds 2015 geldende Duitse regels t.a.v. minimumloon. Dat heeft namelijk administratieve consequenties voor u als Nederlandse taxiondernemer. Meer weten ? Klik hier.

Algemene Vervoersvoorwaarden Taxi

In algemene voorwaarden leggen ondernemers de regels vast die zij gebruiken bij de verkoop van producten of diensten. Deze ‘kleine lettertjes’ scheppen duidelijkheid over allerlei zaken die met de verkoop aan consumenten te maken hebben. Je kunt als ondernemer niet zomaar van alles in je ‘kleine lettertjes’ opnemen. En je moet zorgen dat klanten de algemene voorwaarden kunnen inzien voor de koop van een product of dienst.

Je bent als ondernemer niet verplicht om algemene voorwaarden op te stellen. Maar als je dat wel doet dan staat in de wet precies aan welke regels je je moeten houden. Voor meer algemene informatie over het gebruik van algemene voorwaarden, klik hier.

KNV heeft samen met de Consumentenbond de Algemene Vervoersvoorwaarden Taxi opgesteld, die ook gedeponeerd zijn bij de rechtbank in Den Haag. In deze voorwaarden komen de volgende aspecten terug:

  • Totstandkoming van een vervoersovereenkomst;
  • Beëindiging en annuleren van een vervoersovereenkomst;
  • Verplichtingen en bevoegdheden van de reiziger en de vervoerder;
  • Aansprakelijkheid van de reiziger en de vervoerder.

Wil je gebruik maken van de Algemene Vervoersvoorwaarden Taxi? Dat kan. De tekst is zowel in het Nederlands als in het Engels beschikbaar, door hier te klikken.

Code VVR (Veilig Vervoer van Rolstoelgebruikers)

Het ‘Platform Code VVR’ heeft in 2017 een nieuwe versie van de ‘Code Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers’ (Code VVR) gepubliceerd. De vernieuwde uitgave verschaft duidelijkheid over de vraag wanneer een rolstoel veilig kan worden vervoerd. De meest recente wet- en regelgeving is er in verwerkt. Ook is de Code VVR compacter dan voorheen.

Een rolstoelgebruiker wordt het veiligst vervoerd als hij overstapt naar een gewone autostoel. De rolstoel gaat dan als bagage mee. Als de rolstoeler die overstap niet kan maken, is het van belang dat hij veilig vervoerd kan worden in de rolstoel. De Code VVR geeft taxichauffeurs, taxibedrijven, rolstoelpassagiers en gemeenten richtlijnen om rolstoelinzittenden veilig te vervoeren.

Overgangstermijn tot 1 juli 2020
De chauffeur zorgt ervoor dat de rolstoelinzittende veilig van A naar B wordt gebracht. Als de rolstoelgebruiker de overstap vanuit de rolstoel naar en van een reguliere zitplaats niet kan maken, mag deze volgens de vernieuwde Code VVR alleen vervoerd worden in een rolstoel die voldoet aan ISO 7176-19, te herkennen aan de haaksymbolen.
Let op: er geldt een overgangstermijn tot 1 juli 2020. Dan mag de rolstoelgebruiker nog wèl vervoerd worden, mits de rolstoel veilig vastgezet kan worden.

Instructiekaart voor chauffeurs
Behalve de vernieuwde Code is er ook een handige instructiekaart beschikbaar voor chauffeurs en bedrijven. Hierin staan richtlijnen beschreven voor het veilig vastzetten en vervoeren van rolstoelen en de inzittenden. Bedrijven kunnen de instructiekaarten bestellen voor hun rolstoelchauffeurs via het aanvraagformulier.

Platform Code VVR
De Code VVR is een leidraad voor het veilig vervoeren van rolstoelinzittenden. In het belang van de reizigers, chauffeurs van rolstoelvoertuigen en de organisaties waarbinnen zij actief zijn, beschrijft de Code de (wettelijke) regels waaraan moet worden voldaan. Deze geactualiseerde versie kwam tot stand onder verantwoordelijkheid van het ‘Platform Code VVR’, bestaande uit de koepel van gehandicapten- en patiëntenorganisaties Ieder(In), ouderenorganisatie KBO-PCOB, TX-keur, werknemersorganisaties FNV en CNV, Koninklijk Nederlands Vervoer, de branchevereniging voor revalidatie- en mobiliteitshulpmiddelen Firevaned en Sociaal Fonds Taxi.

Gemeente bevoegdheden

Sinds eind 2011 is de aangepaste Wet Personenvervoer 2000 (WP2000) van kracht. Sindsdien kunnen gemeenten extra regels stellen aan taxiondernemers, dat is terug te vinden onder § 5 Wet personenvervoer 2000. In resp. artikel 82a en 82b zijn de gemeentelijke bevoegdheden opgenomen.

In artikel 82a is opgenomen dat alle gemeenten aanvullende kwaliteitseisen kunnen stellen.
In artikel 82b is opgenomen dat gemeenten die zijn aangewezen (dat zijn er momenteel 7) groepsvorming (ook wel TTO’s of toegelaten taxi organisaties) kunnen verplichten. Dat betekent dat een individuele ondernemer niet zelfstandig op de opstapmarkt mag werken, maar zich moet aansluiten bij een bestaande groep, of samen met andere ondernemers een groep moet vormen. De gemeente bepaalt de minimale omvang van zo’n groep. De groep moet met een duidelijk herkenbaar beeldmerk werken (zichtbaar via het daklicht) zodat ondernemers niet langer anoniem zijn en de klant weet bij wie hij/zij instapt. Op die manier moet het zogenaamde reputatiemechanisme op gang komen.

Sinds 2012 is een aantal gemeenten gestart met eigen taxiverordeningen. Dat zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Den Bosch, Tilburg, Breda en Utrecht. En recent nam Arnhem ook een taxiverordening aan. In een aantal andere gemeenten lopen gesprekken om de mogelijkheden te verkennen om ook met eigen taxibeleid aan de slag te gaan. Of wordt met lokale vignetten gewerkt tijdens bepaalde evenementen. Meer weten ? Klik dan op lees verder.

Hoewel geprobeerd is op deze pagina een volledig overzicht te geven, is het best mogelijk dat in een niet genoemde gemeente toch bepaalde regels gelden voor taxi. Vraag daarom altijd even bij je gemeente na of er voor taxi’s extra regels gelden.

De gemeente bepaalt namelijk sowieso waar een officiële taxistandplaats is en of er wel of geen gebruik gemaakt mag worden van tram/busbanen. Maar het kan ook zijn dat er bepaalde autoluwe gebieden zijn waar in sommige gevallen taxi nog wel toegang tot kan krijgen.

Fiscale aspecten

Er zijn diverse fiscale regelingen van belang voor taxiondernemers. De meest specifieke zijn de teruggaaf BPM en vrijstelling MRB, die we hieronder uitleggen. Onderaan vind je nog een doorklik mogelijkheid naar enkele andere relevante fiscale regelingen met uitleg.

Teruggaaf BPM
Voor een taxivoertuig kan de eerste drie jaar na aanschaf de BPM (dat staat voor: belasting op personenauto’s en motorrijwielen) teruggevraagd worden als 90% of meer van de gereden kilometers per jaar taxi-gerelateerd zijn. De BPM is een belasting die je eenmalig moet betalen bij de eerste registratie van de personenauto in het kentekenregister. Je kunt de BPM alleen in één keer vooraf terugkrijgen. De BPM is na drie jaar ‘verbruikt’ en dan nihil. Voldoe je binnen die drie jaar niet (meer) aan de teruggaafvoorwaarden of verkoop je de auto, dan moet je (een deel van) de BPM terugbetalen. Op de site van de Belastingdienst vind je hoe je de BPM terug kunt krijgen.

Uitgangspunt bij taxivervoer is dat de rit rechtstreeks ten dienste van het vervoer van personen tegen betaling plaatsvindt. Het vervoer met een passagier is een zgn. beladen rit.

Er is een aantal praktijksituaties waarbij het onduidelijk is in welk van beide categorieën – taxi-gerelateerd of niet taxi-gerelateerd vervoer – een bepaalde vervoershandeling valt. Hierover zijn de volgende afspraken gemaakt.

Taxi-gerelateerd vervoer (onbeladen), valt onder de 90%-regeling BPM.
Bij onbeladen taxi-gerelateerd vervoer is de aard van het vervoer essentieel om kwalitatief goed taxivervoer te kunnen uitoefenen. Als meest voorkomend kan worden aangemerkt:

  1. de voorrit, het rijden naar een klant of standplaats, ook als dit vanaf het woonadres gebeurt;
  2. de ritten om de auto te onderhouden: wassen, tanken, reparatie, onderhoud, keuring, garagebezoek. Ook als dit buiten werktijd plaatsvindt.

Niet taxi-gerelateerd vervoer (overig zakelijk) valt niet onder de 90%-regeling BPM
Bij niet taxi-gerelateerd vervoer staat de vervoershandeling niet rechtstreeks ten dienste van het vervoer van personen tegen betaling. De ritten zijn wel zakelijk, maar vallen buiten de 90%-regeling van de BPM. Voorbeelden van zakelijk, niet taxi-gerelateerd vervoer zijn:

  1. het woon-werkverkeer van en naar het bedrijfsadres (NB, dit is voor de omzetbelasting WEL een privé rit en kent een eigen fiscale behandeling);
  2. goederenvervoer: het halen en brengen van pakketjes, koeriersdiensten;
  3. het bezoeken van (leden)vergaderingen of andere bijeenkomsten;
  4. het volgen van cursussen, opleiding, bijscholing t.b.v. de taxionderneming;
  5. het bezoeken van filialen van het bedrijf of werknemers/collega’s;
  6. besprekingen met de boekhouder, adviseur;
  7. stortingen van contant geld bij een bank;
  8. het maken van een rit (vaak met een limousine) voor promotionele doeleinden;
  9. het bezoeken van zieke collega`s;
  10. het op de weg inwerken van chauffeurs, zonder dat er klanten in de taxi worden vervoerd;
  11. het gebruik maken van taxibusjes voor personeelsuitjes (eigen personeel), waarbij de werknemers alleen de brandstof vergoeden;
  12. het tussentijds naar huis gaan om andere kleding aan te trekken of om thuis te eten;
  13. rouw(volg)- en trouwvervoer. Dit personenvervoer, met inbegrip van het afhalen en terugbrengen van de gasten, is uitgesloten van de bepalingen in de Wet personenvervoer 2000 en heeft niet het karakter van (openbaar) taxivervoer. Indien de ceremonie of plechtigheid van huwelijken, partnerregistraties, begrafenissen en crematies niet op dezelfde dag plaatsvindt, dan geldt het volgende.
    • Trouwvervoer is alleen het vervoer op de dag van de gemeentelijke bevestiging door de ambtenaar van de burgerlijke stand van het huwelijk of de samenlevingsovereenkomst.
    • Rouwvervoer is alleen het vervoer op de dag van de begrafenis of crematie.

Vrijstelling MRB
Voor een taxivoertuig kan vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting (MRB) worden gevraagd als 90% of meer van het aantal verreden kilometers per jaar taxi gerelateerd zijn. Op de site van de Belastingdienst vind je het formulier om de vrijstelling aan te vragen. Bij de vrijstelling MRB geldt hetzelfde voor wat betreft de categorieën taxi-gerelateerd en niet taxi-gerelateerd. Kijk voor de uitleg en voorbeelden hierboven bij ‘teruggaaf BPM’.

Bewaarplicht
Voor de Belastingdienst geldt altijd een bewaartermijn van 7 jaar op basis van Artikel 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dat betekent dus dat je je administratie minimaal 7 jaar moet bewaren.

Meer informatie over andere, relevante fiscale regelingen ? Klik dan op lees verder.

Klachten en geschillen

Klachtenregeling
Elke taxiondernemer is verplicht een klachtenregeling op te stellen. Dat is vastgelegd in de Artikel 78 Wet personenvervoer 2000.

En de ondernemer moet kenbaar maken aan een klant dat hij over een klachtenregeling beschikt. Maar dit is niet voor alle vormen van taxivervoer op dezelfde manier geregeld.

  1. Werk je als taxiondernemer in de opstapmarkt (dat is vanaf standplaatsen of rondrijden op zoek naar werk waarbij je klanten meeneemt die op straat hun hand opsteken) ? Dan moet je na afloop van de rit altijd een automatisch gegenereerd ritbewijs afgeven, waarop ook staat waar de klant een klacht kan indienen. Dat is vastgelegd in Artikel 1c Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer. Daarnaast moet je een tariefkaart voeren, waarop ook is terug te vinden waar een klant een klacht in kan dienen. Dat is vastgelegd in Artikel 2 Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer
  2. Werk je niet als taxiondernemer in de opstapmarkt (ook niet af en toe), dan mag je respectievelijk het ritbewijs en de tariefkaart ook langs elektronische weg (bijv. via je website of een app) aan de klant kenbaar maken.
  3. Werk je uitsluitend als taxiondernemer in het contractvervoer (dat is in de wet omschreven als: taxivervoer dat wordt verricht ter uitvoering van een schriftelijke overeenkomst, waarbij gedurende een bij die overeenkomst vastgestelde periode meermalen taxivervoer wordt verricht tegen een in die overeenkomst vastgelegd tarief) (dat is vastgelegd in Artikel 81 Wet personenvervoer 2000), dan hoef je geen ritbewijs of tariefkaart te voeren waarop is aangegeven hoe een klant een klacht kan indienen. Immers, in deze gevallen heb je een schriftelijke overeenkomst met je klant en is daarin al opgenomen hoe er met klachten wordt omgegaan.

De boete op het niet (volledig) aanwezig hebben van een klachtenregeling is trouwens € 180,-.

Een klant kan een klacht direct bij de taxiondernemer indienen. Of, als de klant dat niet wil of niet weet hoe een klacht in te dienen dan kan de klant ook terecht bij de Stichting Landelijk Klachtenmeldpunt Taxivervoer. Dit meldpunt is door ondernemersvereniging KNV samen met reizigersorganisatie Rover opgezet. Klik hier voor meer informatie over het werk van de landelijk klachtenmeldpunt.

Geschillencommissie
Alle taxiondernemers zijn verplicht om zich aan te sluiten bij een geschillencommissie. Dat is vastgelegd in Artikel 77 Wet personenvervoer 2000.

Als je klant het niet eens is met de wijze waarop je zijn of haar klacht heeft afgehandeld, ontstaat er mogelijk een geschil. Je klant kan het geschil dan voorleggen aan de geschillencommissie waarbij je bent aangesloten.

Je kunt ook zelf een geschillencommissie inrichten, zolang deze aan de minimale voorwaarden voldoet die de wet daar aan stelt. Deze voorwaarden vind je terug in Artikel 12 Wet personenvervoer 2000.

Maar je kunt je ook aansluiten bij de Stichting Geschillencommissie Taxi (SGCT). Hier zijn kosten aan verbonden die je jaarlijks moet voldoen om aangesloten te blijven. Klik hier voor meer informatie over de SGCT. Wil je je registeren bij SGCT ? Klik dan hier.

Ben je lid van KNV? Dan ben je automatisch al aangesloten bij de SGCT. Je hoeft zelf dus niks meer te doen. Ben je lid van KNV maar heb je toch een eigen geschillencommissie? Dan kan dat ook.

Als je niet bent aangesloten bij een geschillencommissie of er zelf geen hebt, dan is dat een overtreding (een zogenaamd economisch delict), waarvoor je een boete kunt krijgen. De hoogte van de boete staat overigens niet vast.

TX-Keur

TX is het landelijke kwaliteitskeurmerk voor taxi’s. Taxibedrijven die TX hebben, voldoen aan extra eisen, waarmee zij hun klanten meer comfort, veiligheid en betrouwbaarheid bieden, van A naar B.

Wat houdt TX in en wat heb je eraan?
Met het TX-keurmerk kan een bedrijf aan klanten en opdrachtgevers aantonen dat het een betrouwbaar, klantvriendelijk en veilig taxibedrijf is. TX bedrijven houden zich namelijk aan een keur van wettelijke en bovenwettelijke regels op eerdergenoemde gebieden en laten zich er ook vrijwillig extra op controleren.

Veel opdrachtgevers en bijvoorbeeld Schiphol stellen TX verplicht. Ze doen alleen zaken met TX-bedrijven of, in andere gevallen, krijgen keurmerkhouders een voorkeursbehandeling. Bedrijven kunnen hun keurmerk daarnaast gebruiken als reclame-instrument.

Het hebben van een TX-keurmerk is geen wettelijke verplichting.

Hoe werkt TX-keur?
De reglementen van TX-Keur worden opgesteld door gebruikers, opdrachtgevers, de sociale partners (ondernemersvereniging KNV Taxi en de vakbonden) en taxibedrijven zelf. Jaarlijks wordt door een inspectie instelling gekeken of de bedrijven voldoen aan de TX-regels. Dit is een controle die de bedrijven zelf afspreken met de inspectie instelling. Daarnaast controleert TX onaangekondigd bedrijven op straat en soms ook op het bedrijf.

TX-Keur wordt uitgevoerd door een onafhankelijke stichting. Aan het hebben van TX-keur zijn kosten verbonden. Uit de bijdragen die ondernemers leveren worden onder andere de straatcontroles betaald. Voor meer informatie kun je terecht op de website van de stichting of mailen naar info@tx-keur.nl. Voor aanmelden voor de TX keur Nieuwsbrief, klik dan hier.

Overige

Waarom is er taxiwetgeving in Nederland?

Het taxibeleid van de Nederlandse overheid is er op gericht de klant op een veilige, betrouwbare en betaalbare wijze te vervoeren. Daarom worden voorwaarden aan de taxisector gesteld, verankerd in de taxiregelgeving via de Wet Personenvervoer 2000 (WP2000). Bij het gebruik van de taxi moet de klant uit kunnen gaan van:

  • Veilig vervoer; ofwel een reis waarbij de klant wordt vervoerd in een deugdelijk voertuig en door een vakkundige chauffeur, waarbij geen onnodig risico gelopen wordt op schade of letsel.
  • Betrouwbaar vervoer; ofwel een reis die conform gemaakte afspraken en naar verwachting van de klant wordt uitgevoerd;
  • Betaalbaar vervoer; ofwel een reis waarbij de klant op mag vertrouwen dat er sprake is van een redelijke prijs-kwaliteit verhouding.

Met het feit dat regels aan de taximarkt worden opgelegd, dient vanuit het oogpunt van eerlijke concurrentieverhoudingen en arbeidsmarktpositie, ook het level playing field te worden gegarandeerd.

Meer weten over de achtergrond van de taxiwetgeving in Nederland en de wijzigingen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd ? Klik dan op lees verder.

Hoe ziet de taxibranche er uit in Nederland?

De taxibranche in Nederland kan grofweg opgedeeld worden in de sectoren consumententaxi (ook wel straattaxi genoemd) en contractvervoer (ook wel zorgvervoer genoemd).

Zorgvervoer maakt ong. 75% van het totale taxivervoer uit. Hieronder vallen de regelingen: leerlingenvervoer (vervoer van kinderen met een beperking of een bepaalde geloofsovertuiging van en naar een specifieke school), zittend ziekenvervoer (vervoer van rolstoelgebruikers en patiënten, van en naar ziekenhuizen, via de zorgverzekeraars), Valys vervoer (zogenaamd bovenregionaal vervoer t.b.v. ouderen en gehandicapten), AWBZ vervoer (nu Wlz vervoer) (vervoer van ouderen en patiënten van en naar instellingen), WSW/Wia (vervoer van en naar werkinstellingen of in het kader van scholing t.b.v. werk) en Regiotaxi (daar waar geen vaste OV bus meer rijdt, rijdt een vraagafhankelijk systeem). Ook het vervoer van huisartsen van en naar patiënten valt onder het zorgvervoer. Of mensen die liggend vervoerd worden middels een ligtaxi.

De overige 25% (consumententaxi) gaat om particulieren die een taxi bellen, of een taxi nemen vanaf een standplaats bij bijvoorbeeld het station. Daarnaast is er ook nog het zakelijk vervoer (denk aan vervoer van VIP’s, directieleden, ministeries e.d.).

In het contractvervoer zijn vooral gemeenten opdrachtgever van het vervoer. Veelal wordt dat vervoer gegund via (Europese) aanbestedingen aan één of meerdere vervoerders. Via de website Tenderned worden alle aanbestedingen kenbaar gemaakt.

Iedere week worden in Nederland meer dan een miljoen passagiers door zo’n 30.000 werknemers en 8.000 zelfstandigen naar hun bestemming gebracht. De totale omzet van de branche bedraagt ong. 1 miljard euro per jaar.

Voor 2017 maakte het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM) een overzicht met enkele Kerncijfers voor het zorgvervoer, klik hier om meer te weten te komen.

Ondernemersvereninging voor het taxi- en zorgvervoer. Voor veiligheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid

Laatste nieuws in je inbox?

Oeps! We konden je formulier niet vinden.

Heb je nog vragen?

Subscribe