Overige FAQ

Hoe zit de taxiwetgeving in andere landen in elkaar?

Onderzoeksbureau Grimaldi heeft eind 2016 in opdracht van de Europese Commissie een onderzoek gedaan naar taxi in de Europese Unie.

Het doel was om een overzicht te geven van de markt en de wet- en regelgeving t.a.v. taxi in de EU. Om tevens te achterhalen wat de belangrijkste veranderingen zijn, welke innovaties er zijn en wat de effecten daarvan zijn.

In het rapport komt dus als eerste terug wat de wet- en regelgeving is in alle 28 EU lidstaten. Daarnaast komt een markt analyse terug waarbij wordt ingegaan op de werkgelegenheid, omzet, lonen en andere karakteristieken zoals innovaties. Voor de volgende steden volgt er een diepte analyse in het rapport: Amsterdam, Brussel, Londen, Parijs, Rome, Stockholm, Warschau, and de grensstreek Wenen/Bratislava. Verder beschrijft het rapport de resultaten van consumenten onderzoek in de genoemde steden, waarbij ingegaan wordt op het gebruik, de voorkeur en de tevredenheid over de aangeboden service. Tot slot rondt het rapport af met conclusies en aanbevelingen.

Het volledige rapport is terug te vinden door hier te klikken.

Wat is illegaal taxivervoer? En kun je dat ergens melden?

Illegaal taxivervoer is taxivervoer dat niet voldoet aan de eisen uit de Wet personvervoer (WP2000). Het worden ook wel snorders genoemd. Of zwarte taxi’s. Het zijn personen die veelal in een privé auto op geel kenteken vervoer aanbieden tegen betaling, terwijl zij niet beschikken over de juiste papieren, of een gekeurd voertuig. De passagier loopt bij gebruik van zo’n snorder, bij een eventueel ongeluk, het risico dat er geen verzekering is afgesloten.

Mocht je illegaal taxivervoer tegenkomen en je wilt dat melden, dan kan dat bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), door hier te klikken. ILT houdt samen met de politie toezicht op illegaal taxivervoer.

Wat is taxivervoer eigenlijk?

Volgens Artikel 1 Wet personenvervoer 2000  (WP2000) wordt onder taxivervoer verstaan: personenvervoer per auto tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer. Dat is een erg brede definitie.

Er zijn dan ook uitzonderingen. Zo is volgens Artikel 2 Wet personenvervoer 2000 de wet niet van toepassing op vervoer van personen per auto, anders dan openbaar vervoer, indien de som van de betalingen voor dat vervoer de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten voor dat vervoer niet te boven gaat, tenzij vorenstaande wordt verricht in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) verstaat trouwens onder ‘betalingen voor dat vervoer’ álle betalingen voor het vervoer. Ongeacht van wie deze betalingen afkomstig zijn. In aanvullende regelgeving is vastgelegd wat onder kosten verstaan moet worden. In Artikel 3 Besluit personenvervoer 2000 staat dat onder de kosten van de auto worden verstaan de kosten van afschrijving, verzekering, motorrijtuigenbelasting en brandstof, alsmede onderhouds- en reparatiekosten. Als bijkomende kosten worden aangemerkt onkostenvergoedingen voor vrijwilligers tot een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. In Artikel 1 Regeling onkostenvergoedingen vrijwilligers personenvervoer per auto  is opgenomen dat over een periode van een jaar maximaal € 1.500,– per vrijwilliger vergoed mag worden.

Daarnaast is in Artikel 2 Besluit personenvervoer 2000 opgenomen dat de WP2000 niet van toepassing is voor een heel rijtje aan vormen van vervoer. De belangrijkste zijn:

  • vervoer met auto’s of bussen voor de uitvoering van trouwerijen of uitvaarten met inbegrip van het afhalen en terugbrengen van de deelnemers,
  • vervoer met vervoermiddelen die in gebruik zijn als onderdeel van een historische verzameling, voor zover het niet commercieel van aard is dan wel een geringe weerslag heeft op de vervoersmarkt,
  • vervoer met auto’s, voor eigen rekening en risico verricht door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers, onderwijsinstellingen ten behoeve van hun leerlingen, kindercentra ten behoeve van kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, tehuizen ten behoeve van hun vaste bewoners, alsmede verpleeginrichtingen, psychiatrische instellingen, medische verzorgingstehuizen, medische dagverblijven of soortgelijke instellingen ten behoeve van hun patiënten,
  • vervoer met auto’s, voor eigen rekening en risico verricht door buitensportondernemingen die uitsluitend omzet genereren uit het organiseren van buitensportactiviteiten, mits het vervoer onlosmakelijk is verbonden aan de buitensportactiviteiten en daarvoor geen aparte betaling plaatsvindt,
  • vervoer, verricht door bestuurders die chauffeursdiensten in een auto leveren aan consumenten die zelf in het bezit zijn van die auto,
  • vervoer van personen met een handicap in auto’s, ten behoeve van een meerdaagse vakantiereis die aan de specifieke behoeften van deze personen is aangepast.
Is er een keurmerk voor taxi’s?

Ja. Er is het landelijk keurmerk TX en in een aantal steden gelden er lokale kwaliteitslabels (Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Breda en Den Bosch), die door lokaal ingerichte stichtingen worden afgegeven. Maar ook in enkele andere steden kunnen kwaliteitsregels gesteld worden voor ondernemers die op de opstapmarkt actief willen zijn. Denk aan Utrecht en Tilburg. Zie voor meer informatie onder ‘Overig’ en dan ‘Gemeente bevoegdheden’.

Wat is belangrijk bij het vervoer van rolstoelen?

Het allerbelangrijkste is dat de rolstoel en de klant goed vastgezet (kunnen) worden en dat er geen los materiaal in de taxi ligt. Gebeurt dat niet, dan is het leed niet te overzien. Een rolstoel die niet goed vaststaat, kan met gemak bij een noodstop dwars door de voorruit gaan. Meer weten? Bekijk dan op deze site de informatie over de code Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers (VVR).

Welke specifieke fiscale aspecten zijn er?

De belangrijkste taxi specifieke fiscale aspecten zijn de vrijstelling MRB. Bekijk op deze site de informatie onder Fiscale aspecten (onder het kopje Overig van de homepage) voor een uitgebreidere toelichting.

Hoe gaan taxibedrijven om met klachten en geschillen?

Elke taxiondernemer is verplicht een klachtenregeling op te stellen. Ook dient de ondernemer kenbaar te maken aan een klant dat hij over een klachtenregeling beschikt. De manier waarop een ondernemer dat doet is niet voor alle vormen van taxivervoer hetzelfde. Daarnaast is er een Landelijk Klachtenmeldpunt Taxi (SLKT) waar klanten een klacht kunnen indienen.

Alle taxiondernemers zijn verplicht om zich aan te sluiten bij een geschillencommissie. Als een klant het niet eens is met de wijze waarop zijn of haar klacht is afgehandeld, ontstaat er mogelijk een geschil. De klant kan haar of zijn geschil dan voorleggen aan de geschillencommissie waarbij de taxiondernemer is aangesloten. Een taxiondernemer kan zelf een geschillencommissie inrichten, zolang deze aan de minimale voorwaarden voldoet die de wet daar aan stelt. Maar kan ook aangesloten zijn bij de Stichting Geschillencommissie Taxi (SGCT).

Per 1-1-2020 is er een nieuwe geschillencommissie actief, de Geschillencommissie Zorgvervoer en Taxi. Deze staat los van de bestaande Geschillencommissie Taxivervoer van de Stichting Geschillencommissie Consumentenzaken (SGC). De nieuwe commissie is bestemd voor TX-Keurmerkhouders en KNV Zorgvervoer- en Taxileden. Geschillen worden op dezelfde manier afgehandeld als voorheen. Meer informatie over deze nieuwe commissie is te vinden via de volgende link.

Meer weten? Bekijk dan ook eens de informatie onder Klachten en geschillen (onder het kopje Overig op de homepage).

Kunnen gemeenten ook eisen stellen aan taxi’s? En wat geldt op Schiphol?

Ja, gemeenten kunnen eisen stellen. Elke gemeente kan voor de zogenaamde opstapmarkt (werken vanaf standplaatsen en voor taxi’s die klanten meenemen die op straat hun hand opsteken) eigen regels stellen via een gemeentelijke taxiverordening. Alleen een aantal gemeenten zijn aangewezen om ook het meest vergaande pakket aan regels in te kunnen voeren (de zogenaamde toegelaten taxi organisaties (TTO’s)). De regels richten zich vooral op de chauffeur en de herkenbaarheid van de taxi. Bekijk ook eens de informatie onder Gemeente bevoegdheden (onder het kopje Overig op de homepage).

Op Schiphol geldt een afwijkende regeling. Taxi’s die op de standplaats willen staan kunnen dat alleen als ze concessiehouder zijn of als ze een aanvullende vervoerder zijn. Voor meer informatie over taxi’s op Schiphol klik hier.

Hoe zit de taximarkt in elkaar?

De taxibranche in Nederland kan grofweg opgedeeld worden in de sectoren consumententaxi (ook wel straattaxi genoemd) en contractvervoer (ook wel zorgvervoer genoemd).

Zorgvervoer maakt ong. 75% van het totale taxivervoer uit. Hieronder vallen de regelingen: leerlingenvervoer (vervoer van kinderen met een beperking of een bepaalde geloofsovertuiging van en naar een specifieke school), zittend ziekenvervoer (vervoer van rolstoelgebruikers en patiënten, van en naar ziekenhuizen, via de zorgverzekeraars), Valys vervoer (zogenaamd bovenregionaal vervoer t.b.v. ouderen en gehandicapten), AWBZ vervoer (nu Wlz vervoer) (vervoer van ouderen en patiënten van en naar instellingen), WSW/Wia (vervoer van en naar werkinstellingen of in het kader van scholing t.b.v. werk) en Regiotaxi (daar waar geen vaste OV bus meer rijdt, rijdt een vraagafhankelijk systeem). Ook het vervoer van huisartsen van en naar patiënten valt onder het zorgvervoer. Of mensen die liggend vervoerd worden middels een ligtaxi.

De overige 25% (consumententaxi) gaat om particulieren die een taxi bellen, of een taxi nemen vanaf een standplaats bij bijvoorbeeld het station. Daarnaast is er ook nog het zakelijk vervoer (denk aan vervoer van VIP’s, directieleden, ministeries e.d.).

Wat moet ik weten bij gebruik van de BCT ?

De Boord Computer Taxi (BCT) registreert digitaal de pauzes, rust- en arbeidstijden van de taxichauffeur en registreert de kilometers. Er zijn op dit moment drie leveranciers die zijn goedgekeurd voor het leveren van een BCT. Dat zijn CabmanNeone en Quipment.

De BCT moet bediend worden door taxichauffeurs. Daarvoor heb je de chauffeurskaart voor nodig. Om als taxiondernemer toegang te krijgen tot de gegevens in de boordcomputer van je taxi’s heb je een ondernemerskaart nodig. Met de ondernemerskaart kun je de ritadministratie en de pauze, arbeids- en rusttijden inzien van alle chauffeurs en aan je onderneming koppelen.

Wil je meer weten over het juiste gebruik en bediening van de BCT ? Klik dan op dit document.

Wil je meer weten over de handreiking die KNV en ILT maakte voor werkgevers over BEMAMITOE en AVAS, klik dan hier.

Ik gebruik de BCT, maar een rittenstaat kan soms handig zijn. Waar vind ik die ?

Alle taxi’s moeten zijn voorzien van een Boordcomputer Taxi (BCT). De BCT registreert de ritgegevens en de arbeids- en rusttijden van de chauffeur. De chauffeur gebruikt hiervoor een persoonsgebonden chauffeurskaart in de BCT tijdens taxiwerkzaamheden. Een ondernemer kan alle data van zijn werknemers downloaden vanuit de BCT, via de ondernemerskaart. Wanneer de ILT een controle uitvoert op de BCT gebeurt dit met een inspectiekaart.

In het verleden werd dat in de werkmap en rittenstaat gedaan. Omdat de BCT er nu is, is de werkmap en de rittenstaat niet nodig. Maar er kunnen zich situaties voor doen dat een handmatige administratie handig kan zijn. Door hier te klikken, vind je een blanco rittenstaat die je hiervoor zou kunnen gebruiken.

Laatste nieuws in je inbox?

Oeps! We konden je formulier niet vinden.

Heb je nog vragen?

Subscribe

Loading