Overige

 
 

Fiscale aspecten

Er zijn diverse fiscale regelingen van belang voor taxiondernemers. De meest specifieke zijn de teruggaaf BPM en vrijstelling MRB, die we hieronder uitleggen. Onderaan vind je nog een doorklik mogelijkheid naar enkele andere relevante fiscale regelingen met uitleg.
 
Teruggaaf BPM
Voor een taxivoertuig kan de eerste drie jaar na aanschaf de BPM (dat staat voor: belasting op personenauto’s en motorrijwielen) teruggevraagd worden als 90% of meer van de gereden kilometers per jaar taxi-gerelateerd zijn. De BPM is een belasting die je eenmalig moet betalen bij de eerste registratie van de personenauto in het kentekenregister. Je kunt de BPM alleen in één keer vooraf terugkrijgen. De BPM is na drie jaar ‘verbruikt’ en dan nihil. Voldoe je binnen die drie jaar niet (meer) aan de teruggaafvoorwaarden of verkoop je de auto, dan moet je (een deel van) de BPM terugbetalen. Op de site van de Belastingdienst vind je hoe je de  BPM terug kunt krijgen.
 
Uitgangspunt bij taxivervoer is dat de rit rechtstreeks ten dienste van het vervoer van personen tegen betaling plaatsvindt. Het vervoer met een passagier is een zgn. beladen rit.

Er is een aantal praktijksituaties waarbij het onduidelijk is in welk van beide categorieën – taxi-gerelateerd of niet taxi-gerelateerd vervoer – een bepaalde vervoershandeling valt. Hierover zijn de volgende afspraken gemaakt.

Taxi-gerelateerd vervoer (onbeladen), valt onder de 90%-regeling BPM.
Bij onbeladen taxi-gerelateerd vervoer is de aard van het vervoer essentieel om kwalitatief goed taxivervoer te kunnen uitoefenen. Als meest voorkomend kan worden aangemerkt:
  1. de voorrit, het rijden naar een klant of standplaats, ook als dit vanaf het woonadres gebeurt;
  2. de ritten om de auto te onderhouden: wassen, tanken, reparatie, onderhoud, keuring, garagebezoek. Ook als dit buiten werktijd plaatsvindt.
Niet taxi-gerelateerd vervoer (overig zakelijk) valt niet onder de 90%-regeling BPM
Bij niet taxi-gerelateerd vervoer staat de vervoershandeling niet rechtstreeks ten dienste van het vervoer van personen tegen betaling. De ritten zijn wel zakelijk, maar vallen buiten de 90%-regeling van de BPM. Voorbeelden van zakelijk, niet taxi-gerelateerd vervoer zijn:
  1. het woon-werkverkeer van en naar het bedrijfsadres (NB, dit is voor de omzetbelasting WEL een privé rit en kent een eigen fiscale behandeling);
  2. goederenvervoer: het halen en brengen van pakketjes, koeriersdiensten;
  3. het bezoeken van (leden)vergaderingen of andere bijeenkomsten;
  4. het volgen van cursussen, opleiding, bijscholing t.b.v. de taxionderneming;
  5. het bezoeken van filialen van het bedrijf of werknemers/collega’s;
  6. besprekingen met de boekhouder, adviseur;
  7. stortingen van contant geld bij een bank;
  8. het maken van een rit (vaak met een limousine) voor promotionele doeleinden;
  9. het bezoeken van zieke collega`s;
  10. het op de weg inwerken van chauffeurs, zonder dat er klanten in de taxi worden vervoerd;
  11. het gebruik maken van taxibusjes voor personeelsuitjes (eigen personeel), waarbij de werknemers alleen de brandstof vergoeden;
  12. het tussentijds naar huis gaan om andere kleding aan te trekken of om thuis te eten;
  13. rouw(volg)- en trouwvervoer. Dit personenvervoer, met inbegrip van het afhalen en terugbrengen van de gasten, is uitgesloten van de bepalingen in de Wet personenvervoer 2000 en heeft niet het karakter van (openbaar) taxivervoer. Indien de ceremonie of plechtigheid van huwelijken, partnerregistraties, begrafenissen en crematies niet op dezelfde dag plaatsvindt, dan geldt het volgende. 
    • Trouwvervoer is alleen het vervoer op de dag van de gemeentelijke bevestiging door de ambtenaar van de burgerlijke stand van het huwelijk of de samenlevingsovereenkomst. 
    • Rouwvervoer is alleen het vervoer op de dag van de begrafenis of crematie.
Vrijstelling MRB
Voor een taxivoertuig kan vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting (MRB) worden gevraagd als 90% of meer van het aantal verreden kilometers per jaar taxi gerelateerd zijn. Op de site van de Belastingdienst vind je het formulier om de vrijstelling aan te vragen.  Bij de vrijstelling MRB geldt hetzelfde voor wat betreft de categorieën taxi-gerelateerd en niet taxi-gerelateerd. Kijk voor de uitleg en voorbeelden hierboven bij ‘teruggaaf BPM’.
 
Bewaarplicht
Voor de Belastingdienst geldt altijd een bewaartermijn van 7 jaar op basis van Artikel 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dat betekent dus dat je je administratie minimaal 7 jaar moet bewaren.

Meer informatie over andere, relevante fiscale regelingen ? Klik dan op lees verder.