Veelgestelde vragen

Onderstaand vind je een overzicht van veelgestelde vragen. Kun je geen antwoord vinden op jouw vraag neem dan contact met ons op. Klik hier voor de contact pagina.
 

Waarom een site over taxiregels ?

Er gelden voor taxichauffeurs en –ondernemers diverse regels. Al deze regels zijn door de overheid ingesteld ter bescherming van de reiziger, medeweggebruiker en de werknemer. Zodat bijv. de reiziger een betrouwbare, veilige en betaalbare rit kan verwachten. De taxiwetgeving is sinds 2000 voortdurend onderwerp van evaluatie en in de loop van de tijd geregeld aangepast. Zo ook recent nog met ingang van 1 januari 2016. KNV Taxi merkt dat er geregeld nog vragen komen, vanuit de branche, maar ook vanuit andere partijen en organisaties over welke regels er nu precies gelden. Vandaar deze site.
Chauffeur
Een medische verklaring van een daartoe bevoegde arts, die aangeeft dat er geen medische beperkingen zijn, een Verklaring omtrent Gedrag (VOG), een geldig rijbewijs en het chauffeursdiploma taxi. Hiermee kun je bij Kiwa Register een chauffeurskaart aanvragen.
Ja. Ondernemersvereniging KNV Taxi sluit samen met vakbonden FNV en CNV een CAO af. Deze wordt door het ministerie van SZW algemeen verbindend verklaard. Dus de CAO geldt niet alleen voor leden van KNV Taxi, maar voor alle taxibedrijven en werknemers in de taxibranche. De tekst van de CAO is terug te vinden door hier te klikken.
Dat kan. In de zin dat je je als taxichauffeur kunt verhuren aan een taxibedrijf. Je rijdt dan voor rekening en risico van het taxibedrijf dat jou inhuurt. Denk wel aan eventuele fiscale aspecten. Immers, als je maar één opdrachtgever hebt, kan het zo zijn dat de Belastingdienst van mening is dat er sprake is van een verkapt loondienstverband. Verdiep je hier goed in en kijk ook eens op de site van de Belastingdienst.
Nee, dat kan niet. Je hebt in Nederland te maken met de regels uit het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atbv). Bekijk de inhoud daarvan eens goed via deze site.
Nee dat mag formeel niet. Een taxistandplaats is een plek waar je je als chauffeur of ondernemer aanbiedt aan de klant voor werk (je staat te wachten op werk). De klant moet dus elk moment in kunnen stappen en kan elke taxi uit de rij nemen. Je zult je pauze dus elders moeten nemen. En denk er aan, dat je de BCT ook in de arbeidsmodus hebt staan. Meer informatie is terug te vinden op de site van ILT, of door hier te klikken.
Voor een zelfstandige chauffeur geldt: "In iedere periode van 14 x 24 uur minimaal 72 uur rust. Dat mag gesplitst worden in blokken, van minimaal 24 uur aaneengesloten".

Voorbeeld: kan ik een periode van 14 dagen beginnen met 3 dagen rust, dan 11 dagen weken, vervolgens begint de 2e reeks van 14 dagen, die ik afsluit met 3 dagen rust ? M.a.w. ik werk 22 dagen aaneengesloten.

Nee, dit kan niet. De berekening van de periode van 14 dagen start aan het einde van de eerste 3 dagen rust. Vervolgens moet binnen de komende 14 dagen die 72 uur wekelijkse rust liggen.
Ondernemer
Een inschrijving bij de KvK en een Verklaring omtrent Gedrag (VOG). Daarmee kun je via Kiwa Register een ondernemersvergunning aanvragen.
Dat hangt er van af: in welk deel van de taximarkt ben je actief ? In de zogenaamde opstapmarkt (werken vanaf een standplaats of klanten meenemen die op straat hun hand opsteken voor een taxi) geldt de maximum tariefstructuur. Bekijk de inhoud daarvan eens goed via deze site.
Dat mag, ook als de vaste prijs hoger uitvalt dan de ritprijs volgens de meter. Echter, het mag alleen als voorafgaand aan de rit deze vaste prijsafspraak is gemaakt en de klant er dus bewust zelf voor heeft gekozen.
 
Via de website van Kiwa Register is een overzicht terug te vinden van alle bedrijven in Nederland die een taxivergunning hebben.
Door de komst van de BCT is de registratie veranderd. Voorheen werden arbeidstijden, pauzes en rusttijden in een werkmap genoteerd en ritgegevens op een rittenstaat. Zowel SFT als ILT controleren op gebruik van de BCT en de registratie. SFT maakte een overzicht met vaak gestelde vragen. Klik hier voor de antwoorden daarop.
Voertuig
Ja. Een voertuig die voor taxi gebruikt gaat worden moet gekeurd worden door de RDW. Er geldt namelijk een regeling waarin bepaalde inrichtingseisen terugkomen. Via de RDW kun je je taxi daar dus voor laten keuren. Je krijgt vervolgens een aantekening op het kentekenbewijs dat je taxi is goedgekeurd. Vervolgens moet je je taxi van blauwe platen voorzien. Daarnaast geldt dat je taxi elk jaar APK gekeurd moet worden.
Sommige apparatuur is voor alle taxi’s verplicht, andere hangt af van de markt waarin je werkt. Alle taxi’s moeten voorzien zijn van een Boord Computer Taxi (BCT). Hiermee registreer je je werktijden, pauzes en rusttijden, je gereden kilometers en je omzet. Ben je werkzaam in de opstapmarkt? Dan moet je altijd een taxameter in de taxi hebben. Hiermee wordt de ritprijs berekend voor een klant die ‘op de meter’ rijdt (dus waarmee geen vaste prijs vooraf is afgesproken). Werk je uitsluitend met vaste prijzen en niet in de opstapmarkt, of werk je in het contractvervoer? Dan is een taxameter niet verplicht.
Nee, niet persé. Je mag met je taxi ook ander vervoer doen. Je kunt er bijvoorbeeld privé mee rijden of pakjes mee vervoeren. Ook komt het wel eens voor dat een taxi wordt ingezet voor rijlessen. Of wordt uitgeleend aan een collega taxiondernemer. Van belang is dat je stil staat bij eventuele fiscale gevolgen van het doen van andersoortig vervoer. Kijk eens onder 'Fiscale aspecten' voor meer informatie. En als je je taxi gebruikt om uitsluitend goederen te vervoeren, dan geldt de taxiwetgeving niet (het is immers geen taxivervoer).

Het komt ook nog wel eens voor dat een taxi of taxibusje wordt ingezet als ondersteuning in het OV. Bijvoorbeeld omdat een grote bus te weinig reizigers heeft en men voortaan een taxibusje inzet (die een bepaalde OV route rijdt). Of dat vanwege een OV/treinstremming een taxibusje wordt ingezet. Let in deze beide gevallen wel goed op. In de eerste situatie is het namelijk geen taxivervoer meer, maar OV. Maar in het tweede geval is het wèl gewoon taxivervoer.
Overige
De taxibranche in Nederland kan grofweg opgedeeld worden in de sectoren consumententaxi (ook wel straattaxi genoemd) en contractvervoer (waarvan het merendeel zorgvervoer is).

Contractvervoer maakt ong. 75% van het totale taxivervoer uit. Hieronder vallen de regelingen: leerlingenvervoer (vervoer van kinderen met een beperking of een bepaalde geloofsovertuiging van en naar een specifieke school), zittend ziekenvervoer (vervoer van rolstoelgebruikers en patiënten, van en naar ziekenhuizen, via de zorgverzekeraars), Valys vervoer (zogenaamd bovenregionaal vervoer t.b.v. ouderen en gehandicapten), AWBZ vervoer (nu Wlz vervoer) (vervoer van ouderen en patiënten van en naar instellingen), WSW/Wia (vervoer van en naar werkinstellingen of in het kader van scholing t.b.v. werk) en Regiotaxi (daar waar geen vaste OV bus meer rijdt, rijdt een vraagafhankelijk systeem). Onder het contractvervoer valt ook het zakelijk vervoer (denk aan vervoer van VIP’s, directieleden, ministeries e.d.). En tot slot is het huisartsenvervoer (HAP) een onderdeel van het contractvervoer.

De overige 25% (consumententaxi) gaat om particulieren die een taxi bellen, of een taxi nemen vanaf een standplaats bij bijvoorbeeld het station.
Gemeenten kunnen ook eisen stellen. Elke gemeente kan voor de zogenaamde opstapmarkt (werken vanaf standplaatsen en voor taxi’s die klanten meenemen die op straat hun hand opsteken) eigen regels stellen via een gemeentelijke taxiverordening. Alleen een aantal gemeenten zijn aangewezen om ook het meest vergaande pakket aan regels in te kunnen voeren (de zogenaamde toegelaten taxi organisaties (TTO's)). De regels richten zich vooral op de chauffeur en de herkenbaarheid van de taxi. Bekijk ook eens de informatie onder Gemeente bevoegdheden.

Op Schiphol geldt een afwijkende regeling. Taxi's die op de standplaats willen staan kunnen dat alleen als ze concessiehouder zijn of als ze een aanvullende vervoerder zijn. Voor meer informatie over taxi's op Schiphol klik hier.
Elke taxiondernemer is verplicht een klachtenregeling op te stellen. Ook dient de ondernemer kenbaar te maken aan een klant dat hij over een klachtenregeling beschikt. De manier waarop een ondernemer dat doet is niet voor alle vormen van taxivervoer hetzelfde. Daarnaast is er een Landelijk Klachtenmeldpunt Taxi (SLKT) waar klanten een klacht kunnen indienen.

Alle taxiondernemers zijn verplicht om zich aan te sluiten bij een geschillencommissie. Als een klant het niet eens is met de wijze waarop zijn of haar klacht is afgehandeld, ontstaat er mogelijk een geschil. De klant kan haar of zijn geschil dan voorleggen aan de geschillencommissie waarbij de taxiondernemer is aangesloten. Een taxiondernemer kan zelf een geschillencommissie inrichten, zolang deze aan de minimale voorwaarden voldoet die de wet daar aan stelt. Maar kan ook aangesloten zijn bij de Stichting Geschillencommissie Taxi (SGCT).

Meer weten? Bekijk dan ook eens de informatie onder Klachten en geschillen.
De belangrijkste taxi specifieke fiscale aspecten zijn de vrijstelling MRB en de teruggaaf BPM. Bekijk op deze site de informatie onder Fiscale aspecten voor een uitgebreidere toelichting.
Het allerbelangrijkste is dat de rolstoel en de klant goed vastgezet (kunnen) worden en dat er geen los materiaal in de taxi ligt. Gebeurt dat niet, dan is het leed niet te overzien. Een rolstoel die niet goed vaststaat, kan met gemak bij een noodstop dwars door de voorruit gaan. Meer weten? Bekijk dan op deze site de informatie over de code Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers (VVR).
Ja. Er is het landelijk keurmerk TX en in een aantal steden gelden er lokale keurmerken (Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Den Bosch) of vignetten (Breda, Maastricht, Tilburg en Nijmegen).
Volgens Artikel 1 Wet personenvervoer 2000  (WP2000) wordt onder taxivervoer verstaan: personenvervoer per auto tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer. Dat is een erg brede definitie.

Er zijn dan ook uitzonderingen. Zo is volgens Artikel 2 Wet personenvervoer 2000 de wet niet van toepassing op vervoer van personen per auto, anders dan openbaar vervoer, indien de som van de betalingen voor dat vervoer de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten voor dat vervoer niet te boven gaat, tenzij vorenstaande wordt verricht in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) verstaat trouwens onder ‘betalingen voor dat vervoer’ álle betalingen voor het vervoer. Ongeacht van wie deze betalingen afkomstig zijn. In aanvullende regelgeving is vastgelegd wat onder kosten verstaan moet worden. In Artikel 3 Besluit personenvervoer 2000 staat dat onder de kosten van de auto worden verstaan de kosten van afschrijving, verzekering, motorrijtuigenbelasting en brandstof, alsmede onderhouds- en reparatiekosten. Als bijkomende kosten worden aangemerkt onkostenvergoedingen voor vrijwilligers tot een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. In Artikel 1 Regeling onkostenvergoedingen vrijwilligers personenvervoer per auto  is opgenomen dat over een periode van een jaar maximaal € 1.500,– per vrijwilliger vergoed mag worden.

Daarnaast is in Artikel 2 Besluit personenvervoer 2000 opgenomen dat de WP2000 niet van toepassing is voor een heel rijtje aan vormen van vervoer. De belangrijkste zijn:
  • vervoer met auto's of bussen voor de uitvoering van trouwerijen of uitvaarten met inbegrip van het afhalen en terugbrengen van de deelnemers,
  • vervoer met vervoermiddelen die in gebruik zijn als onderdeel van een historische verzameling, voor zover het niet commercieel van aard is dan wel een geringe weerslag heeft op de vervoersmarkt,
  • vervoer met auto's, voor eigen rekening en risico verricht door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers, onderwijsinstellingen ten behoeve van hun leerlingen, kindercentra ten behoeve van kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, tehuizen ten behoeve van hun vaste bewoners, alsmede verpleeginrichtingen, psychiatrische instellingen, medische verzorgingstehuizen, medische dagverblijven of soortgelijke instellingen ten behoeve van hun patiënten,
  • vervoer met auto’s, voor eigen rekening en risico verricht door buitensportondernemingen die uitsluitend omzet genereren uit het organiseren van buitensportactiviteiten, mits het vervoer onlosmakelijk is verbonden aan de buitensportactiviteiten en daarvoor geen aparte betaling plaatsvindt,
  • vervoer, verricht door bestuurders die chauffeursdiensten in een auto leveren aan consumenten die zelf in het bezit zijn van die auto,
  • vervoer van personen met een handicap in auto’s, ten behoeve van een meerdaagse vakantiereis die aan de specifieke behoeften van deze personen is aangepast.

 
TIP Lees alle informatie die je op deze website vindt eens rustig door!