Personenwagen

Inrichtingseisen en keuringen

Inrichtingseisen en keuringen

Een voertuig, dat geschikt is voor personenvervoer, kun je als taxi gebruiken mits gekeurd door de RDW. Om die keuring aan te kunnen vragen, moet je een taxivergunning hebben.

Als het voertuig een Europese typegoedkeuring heeft, dan is de taxi-goedkeuring als het goed is al via de importeur geregeld en hoef je alleen het voertuig te registreren als taxi bij de RDW. Je hoeft het voertuig dan niet mee te nemen bij de registratie. Als je niet zeker weet of het voertuig al een taxi-goedkeuring heeft kun je de RDW bellen om dat na te vragen.

Als het voertuig nog niet is goedgekeurd als taxi moet u een afspraak maken bij de RDW voor een ‘taxikeuring’

De RDW keurt of het voertuig voldoet aan de regeling voertuigen, opgenomen in  Hoofdstuk 6 Regeling voertuigen. 
Na de registratie en/of keuring wordt er een aantekening gemaakt op het kentekenbewijs dat je voertuig gebruikt mag worden voor taxi. Let daarbij ook op voor hoeveel personen je taxi goedgekeurd is. Na de keuring moet je er voor zorgen dat je taxi’s worden voorzien van een blauwe kentekenplaat.

Als je een wijziging aanbrengt aan een voertuig, kan het zijn dat de RDW het voertuig opnieuw moet keuren. In hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen kun je nakijken of je de wijziging die je aanbrengt moet laten keuren. Meer informatie over het keuringsproces bij wijzigen is te vinden door hier te klikken.

Als je je taxi wilt verkopen, moet je het kentekenbewijs laten overschrijven op naam van de nieuwe eigenaar en de blauwe kentekenplaten eventueel vervangen voor gele kentekenplaten. Meer informatie over wat hier bij komt kijken, kun je vinden door hier te klikken.

Denk je er ook aan dat je taxi jaarlijks APK gekeurd moet worden? In tegenstelling tot de APK keuring voor auto’s die particulieren in hun bezit hebben, moet elke taxi jaarlijks gekeurd worden. Dat is namelijk op Europees niveau zo geregeld. Via de site van de RDW vind je meer informatie over de aanvullende eisen voor taxi’s waar de RDW op let.

Gebruik van gordels en kinderzitjes in Nederland en het buitenland
Kinderzitjes zijn niet verplicht in taxivoertuigen. Vanaf drie jaar moet een kind wel een autogordel gebruiken. Aan een passagier met een kind kan gevraagd worden om zelf een autozitje mee te nemen, maar dit is geen verplichting.

Hoewel kinderzitjes in Nederlandse taxi’s niet verplicht zijn, gelden in het buitenland soms andere regels. De regels kunnen per land namelijk flink verschillen. Om deze reden heeft Autotrack een handig hulpmiddel ontwikkeld. Je hoeft enkel je reisgezelschap en bestemming in te vullen, en ziet vervolgens de regels rondom kinderzitjes in álle landen die je bezoekt of doorkruist.
https://www.autotrack.nl/autovakantie-kinderzitje

Let op dat het hier om algemene informatie gaat met betrekking tot kinderzitjes in het vervoer in het buitenland specifiek. Dit betreft dus niet lokale taxi wet- en regelgeving per land.

Kinderen ouder dan drie jaar mogen op de achterbank met de autogordel vervoerd worden. Kinderen jonger dan drie jaar mogen los op de achterbank vervoerd worden. Op de passagiersstoel voorin mogen alleen kinderen langer dan 1,35 met een gewone gordel worden vervoerd. Zie ook deze link voor meer informatie.

Ook een taxichauffeur is verplicht om zijn gordel te dragen. Echter, als je klanten vervoerd tegen contante betaling heb je ontheffing van de gordelplicht. Deze uitzondering is gemaakt uit veiligheidsoverwegingen. Het idee daarachter is dat een klant die kwade opzet voor ogen heeft en die achterin zit, de gordel anders als strop kan gebruiken bij de chauffeur. Rij je als chauffeur in het contractvervoer? Dan moet je altijd je gordel gebruiken. Breng je als chauffeur even een collega weg? Dan zitten jullie allebei met een gordel om in de taxi!

Boord Computer Taxi (BCT) en Centrale Database Taxivervoer (CDT)

Boord Computer Taxi (BCT)

De Boord Computer Taxi (BCT) registreert digitaal de pauzes, rust- en arbeidstijden van de taxichauffeur en registreert de kilometers. De BCT is actief vanaf 2014 maar loopt tegen een einde aan. Vanaf 1 juli 2025 is een nieuwe registratiesysteem in werking: de Centrale Database Taxivervoer (CDT). Hieronder kun je daar meer over lezen. Tot 1 januari 2028 geldt een overgangsfase, waarbij je de keuze hebt om de BCT of de CDT te gebruiken. Voor 1 januari 2028 dienen alle BCT’s in taxivoertuigen te zijn vervangen door de CDT

De BCT is een middel om taxivervoer betrouwbaarder te maken. Het draagt bij aan een eerlijke concurrentie, levert minder papierwerk op, vermindert de toezichtlast van de overheid, vergroot inzicht in veiligheid en biedt meer duidelijkheid voor de klant.

ILT controleert op aanwezigheid van een geactiveerde BCT, het gebruik ervan en of je voldoet aan de arbeids- en rusttijden regels. ILT leest daarvoor bijvoorbeeld de BCT’s uit. Dat kan langs de weg gebeuren of tijdens een bedrijfscontrole. Maar ook via deskhandhaving, waarbij ILT vraagt om BCT data aan te leveren. Dat kan via een digitale inspectie. Bovendien mag de Belastingdienst ook vragen om de ritgegevens uit de BCT. Immers, je moet als ondernemer een sluitende km-registratie per taxi hebben en je omzetten en andere financiële zaken verantwoorden. De informatie van de BCT kan daarvoor gebruikt worden.

De BCT opereert naast de taxameter (als je deze ook in je taxi hebt), maar mag hier ook aan worden gekoppeld (geïntegreerd). Een taxameter is alleen verplicht als je (deels) vervoer aanbiedt voor de opstapmarkt.

De BCT moet bediend worden door taxichauffeurs. Daar heb je de chauffeurskaart voor nodig. Om als taxiondernemer toegang te krijgen tot de gegevens in de boordcomputer van je taxi’s heb je een ondernemerskaart nodig. Met de ondernemerskaart kun je de ritadministratie en de pauze, arbeids- en rusttijden inzien van alle chauffeurs en aan je onderneming koppelen. Deze gegevens moet je kunnen tonen bij een bedrijfscontrole door ILT of de belastingdienst. U bent verplicht iedere 3 maanden de gegevens uit de BCT uit te lezen en te bewaren, het advies is om dit elke maand te doen. De bestanden uit de BCT vallen ook onder de bewaarplicht, u dient deze dan ook 7 jaar te bewaren. Indien u een BCT deactiveert, dient u onmiddellijk voorafgaand hieraan een back-up te maken. Op de site van Kiwa Register vind je meer informatie over de verschillende kaarten die er zijn voor de BCT en verwijzingen naar de bijbehorende wet- en regelgeving.

Op deze site vind je onder FAQ (veelgestelde vragen) diverse informatie en adviezen over de werking en bediening van de BCT. ILT heeft een praktische folder gemaakt waarin ook meer informatie te vinden is over het gebruik van de BCT en de arbeids- en rusttijden.

 

Centrale Database Taxivervoer (CDT)

De Centrale Database Taxivervoer (CDT) vervangt de huidige Boordcomputer Taxi (BCT). De CDT is ingevoerd per 1 juli 2025 en is verplicht. Tot 1 januari 2028 geldt een overgangstermijn (om over te stappen), tot dan kun je ook werken met de BCT.

De CDT is het nieuwe systeem waarbij taxigegevens niet meer lokaal in de taxi worden opgeslagen, maar centraal worden verwerkt. Het maakt handhaving efficiënter, administratieve lasten lager en innovatie mogelijk. Voor de ILT is het een nieuw toezichtsmiddel. De inspecties en handhaving blijven hetzelfde. Het nieuwe toezichtsysteem zorgt ervoor dat de ILT actuele en betrouwbare informatie heeft van het taxivervoer

De belangrijkste wijzigingen zijn dat er geen sprake meer is van een vast apparaat, de CDT is zogenaamd vormvrij. Iedere CDT dienstverlener mag zelf een oplossing ontwikkelen, dat kan een apparaat of app zijn. Een andere belangrijke wijziging is dat de gegevens continu worden aangeleverd aan de ILT.

Voor de CDT is de ondernemerskaart niet meer nodig. De chauffeurskaart blijft wel bestaan, zodat taxichauffeurs hun bevoegdheid kunnen tonen aan klanten en toezichthouders.

Alleen leveranciers waarvan de ILT heeft getoetst of ze voldoen aan de aansluitvoorwaarden mogen CDT-oplossingen aanbieden. Een lijst van goedgekeurde partijen wordt gepubliceerd via de ILT website (https://www.ilent.nl/onderwerpen/arbeids–en-rusttijden-registreren-taxi/centraledatabase-taxivervoer-cdt/aangesloten-ict-dienstverleners)

Door KNV is een uitgebreide Q&A opgesteld over de CDT. Raadpleeg de Q&A voor meer informatie over de CDT.

Tarieven en taxameter

Afhankelijk van de markt waarin je werkzaam bent, geldt dat je auto uitgerust moet zijn met een taxameter, een printer en een tariefkaart. Meer informatie hierover vind je hieronder.

Taxameter
Er geldt in Nederland een maximum tariefregeling voor taxivervoer, ook wel de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer. In de volksmond noemt men het ook wel ‘rijden op de meter’. In de regeling komt terug welke maximumtarieven gelden en hoe de klant daarover geïnformeerd moet worden.

De tariefstructuur bestaat uit twee soorten: één voor taxivervoer met een personenauto (max 4 klanten) en één voor busjes (5 tot 8 klanten). En het bestaat voor elk uit 3 componenten: een opstaptarief, km-tarief en tijd tarief. Al deze tarieven zitten in de zogenaamde taxameter, waarmee de uiteindelijk ritprijs op basis van die verschillende tariefcomponenten wordt berekend.

Die taxameter moet overigens jaarlijks gekeurd worden. Meer weten ? Klik op lees verder.

Soms moet je een taxameter hebben en gebruiken, soms niet. En dat geldt ook voor je wel of niet houden aan de maximum tariefstructuur. Wil je weten wat, wanneer geldt ? Klik dan op lees verder.

Ritbewijs en tariefkaart
Een ritbewijs voor taxi’s die werkzaam zijn in de opstapmarkt is een geprinte bon. Aan je taxameter moet dus een printertje zitten om de bon te kunnen printen. Je hoeft niet ongevraagd aan elke klant een bon mee te geven, maar je bent wel verplicht te vragen of de klant een bon willen hebben. Een handgeschreven bon volstaat niet.

Werk je uitsluitend in de bestelde markt, dan hoef je niet persé een geprinte bon mee te geven, maar mag het ook op een elektronische manier verstrekt worden, bijv. een email of sms.

De tariefkaart voor taxi’s die werkzaam zijn in de opstapmarkt is een fysieke kaart die zowel aan de binnenzijde als aan de buitenzijde van de taxi leesbaar moet zijn. Er is geen verplicht te gebruiken tariefkaart, wel een model dat je kunt gebruiken.

Werk je uitsluitend in de bestelde markt, dan hoef je niet persé een fysieke kaart te gebruiken, maar mag je de informatie ook op een elektronische manier verstrekken, bijv. via je website.

Meer weten over het ritbewijs en de tariefkaart ? Klik dan hier.

Duurzaamheid

De transitie in het zorg- en taxivervoer naar volledig uitstootvrije taxivoertuigen (elektrisch of waterstof) is in volle gang. De vraag blijft in welk tempo dit realistisch is. Want net als in andere sectoren speelt de soms beperkte actieradius van voertuigen, hogere aanschafprijs, netcongestie en onvoldoende laadinfrastructuur een rol.

Half 2026 was 35% van alle taxivoertuigen in Nederland al uitstootvrij.

Duurzaam zorgvervoer
Ministerie, gemeenten en meerdere stakeholders, waaronder KNV, hebben in 2018 afspraken gemaakt hoe te komen tot zero emissie doelgroepenvervoer. Het streven was om per 2025 zero emissie doelgroepenvervoer te realiseren. Voor meer informatie klik hier.

Er geldt al een paar jaar een Europese Clean Vehicle Directive die opdrachtgevende diensten moeten volgen. De regeling houdt in dat ze minimaal 38,5% schoon vervoer moeten inkopen bij aanbestedingen. Rolstoelvervoer is daarbij uitgezonderd. Vanaf 2026 gaat het om minimaal 38,5% emissievrij vervoer.

Zero emissie-zones taxi

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Tilburg en Schiphol willen een zero emissiezone instellen. Hierover zijn afspraken gemaakt met het ministerie en de branche. Schiphol heeft zich later aangesloten.

Dat betekent dat veelal in het centrum van de genoemde steden alleen uitstootvrije taxi’s worden toegelaten. Dat raakt dus ook het zorgvervoer. Om gemeenten de mogelijkheid te geven om een zero emissie-zone voor taxi’s in te kunnen stellen, is een wijziging nodig van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990. In de met het ministerie besproken wijzigingen is een overgang voorzien voor taxi’s met emissieklasse 5 en 6 en voor rolstoelbussen. Daarnaast heeft KNV gepleit voor uitzonderingen voor het zorgvervoer. Het besluit dat gemeenten de mogelijkheid geeft een zero emissie-zone voor taxi’s in te voeren, is mede door twee kabinetswisselingen, nog niet genomen. Daardoor is de oorspronkelijk geplande invoeringsdatum van 1 januari 2025 niet gehaald. De kans is aanwezig dat het huidige kabinet dit alsnog mogelijk gaat maken. De invoeringsdatum is nog niet bekend.

Subsidieregeling private laadinfrastructuur
Om de aanleg van private laadinfrastructuur te stimuleren is er een subsidieregeling, die in ieder geval nog in 2026 open staat. Met de regeling kan een deel van de aanleg van laadinfrastructuur op eigen terrein worden gesubsidieerd. Er was ook een regeling voor advies, maar die is in 2025 gesloten.

Alle informatie over de regeling te vinden op de site van RVO. Klik hier om daar meteen naar toe te gaan.

Met B-rijbewijs in ZE busje tot 4250 kilo
Er wordt in Brussel gewerkt aan een nieuwe rijbewijsrichtlijn. Zo kunnen ZE-voertuigen die zwaarder zijn dan 3.500 kg bestuurd worden met een rijbewijs B (tot max 4250 kg). Voor bijvoorbeeld ZE-personenbusjes en rolstoelbussen kan dat handig zijn omdat het gewicht met extra batterij pakket (voor meer actieradius) zwaarder wordt. Vooruitlopend op deze rijbewijsrichtlijn heeft het het besluit genomen om per 1 juli 2025 al toe te staan dat bestuurders die twee jaar lang beschikken over rijbewijs B een voertuig mogen besturen tot 4250 kilo. Deze vrijstelling geldt alleen voor voertuigen waarbij het gewicht het gevolg is van een alternatieve aandrijving (zoals elektrisch). Met de transportsector zijn afspraken gemaakt over het volgen van een extra cursus. Deze afspraken gelden niet voor het doelgroepenvervoer en de cursus is niet verplicht.

Laatste nieuws in je inbox?

Oeps! We konden je formulier niet vinden.

Heb je nog vragen?

Subscribe

Loading